Woonhuis Marum
Stemmen
We respecteren je privacy. Je e-mailadres wordt alleen gebruikt voor het registreren van je stem.
projectdocumentatie
Een rustige, lommerrijke landweg in het Groningse landschap was ooit de belangrijke verbinding tussen Drachten en Groningen. Begin jaren zeventig werd hij vervangen door de A7, zo’n 800 meter noordelijker. De eerste bebouwing op het perceel was een kleine boerderij uit 1930, haaks op de weg geplaatst. In de loop der jaren is deze meermaals verbouwd en aangepast. Authentiek of bijzonder waardevol was het gebouw daardoor nauwelijks meer te noemen. De sloop, zo’n vijf jaar geleden, bood een kans.
Zoals bij veel particuliere opdrachtgevers was de vraag aanvankelijk betrekkelijk eenvoudig: ontwerp voor ons een mooie woning die goed past op deze plek. Het is vaak aan de architect om vervolgens te vragen of er misschien meer inzit. Hoe keken de opdrachtgevers bijvoorbeeld aan tegen ecologisch bouwen, duurzaamheid, energiebesparing en -opwekking, en wateropvang? Niet als een hoogdravend eisenpakket, maar als vanzelfsprekende onderwerpen die onderdeel kunnen worden van het ontwerp.
De benadering van de opdrachtgevers was vooral nuchter, misschien wel op z'n noordelijks. Ze wisten welke ruimtes ze nodig hadden, waar ze het mooiste uitzicht bedacht hadden en wat ze mooi vonden. Verder lieten ze zich graag verrassen.
Het oorspronkelijke perceel was lang en smal, of beter gezegd: relatief ondiep. Een geluk was dat de eigenaar aan de noordzijde extra grond kon aankopen. Daardoor kon de nieuwe woning verder van de weg af worden geplaatst en ontstond ruimte om het gebouw echt onderdeel van het landschap te laten worden.
Vanaf het begin is gezocht naar aansluiting bij de bebouwing die van oudsher bij deze omgeving hoort. Niet door een bestaande boerderij letterlijk na te bouwen, maar door een aantal herkenbare kenmerken als uitgangspunt te nemen: een kloeke dakvorm met afschuiningen, lage goten, een voorhuis met een doorgestoken gemetselde gevel en een hogere achtergevel die refereert aan de schuurzijde van een boerderij.
In het uiteindelijke ontwerp zijn deze elementen op een geheel eigen manier met elkaar verbonden. Een laag, uitlopend schuurdeel richting de straat begeleidt de bezoeker als het ware naar het dwars daarop geplaatste voorhuis. Dit voorhuis heeft aan de westzijde een meer formele gevel. In de binnenhoek die tussen beide volumes ontstaat, ligt de entree. Een warme houten bekleding markeert deze plek en vormt een duidelijk accent in het verder terughoudende geheel, waarin de verschillende volumes in grijstinten geleidelijk in elkaar overlopen.
Aan de oostzijde is het volume gedeeltelijk hoog opgesneden. Hier wordt opnieuw verwezen naar de traditionele achtergevel van een boerderij. De grote toegangsdeuren naar garage en schuur versterken dat beeld, maar geven er tegelijkertijd een eigentijdse betekenis aan. De boerderij is uiteindelijk volledig in eigen beheer gebouwd. Dat betekende dat het proces niet in een paar maanden was afgerond; er gingen heel wat jaren overheen voordat het gebouw daadwerkelijk klaar was.
Het resultaat is geen architectonisch statement, maar vooral een huis waar met aandacht en zorg aan is gewerkt. Een huis waarin opdrachtgever en architect elkaar goed hebben kunnen vinden en waarin ideeën gaandeweg zijn ontstaan, aangepast en soms ook losgelaten. Wat resteert is een nuchtere vertaling van de plek, de wensen van de opdrachtgever en de mogelijkheden die zich onderweg aandienden. Geen grote woorden, maar een prettig huis en een prettige samenwerking.
Beeld: Ronald Zijlstra