23.12.24
Bronzen Havik 2024: het vakjuryrapport
Begin december werd de eerste Bronzen Havik uitgereikt: een nieuwe, tweejaarlijkse prijs voor goed opdrachtgeverschap en ontwerp, vernoemd naar Wijbrand Havik. De vakjury voor de eerste editie werd samengesteld door de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. De prijswinnaars zijn intussen bekend, maar wat vond de jury precies van elke inzending? En hoe kijken zij naar Groningen? Dit is hun juryrapport.
Als jury is het voor ons een eer om de Bronzen Havik af te trappen, en te onderzoeken waar deze prijs voor staat. In een tijd waarin vaak te weinig aandacht is voor goed opdrachtgeverschap en voor ontwerptrajecten waarin samenwerken met alle actoren essentieel is, werden we extra blij van de projecten waarbij in alle lagen is samengewerkt. Los daarvan waren we erg verrast door de oogst. Veel van de ingediende plannen zijn van hoog niveau. Bij het bekijken van de genomineerde projecten werden we steeds opgewacht door een grote en diverse groep mensen: bouwers, onderzoekers, opdrachtgevers, bestuurders en deelnemende grondeigenaren heetten ons welkom.
De prijsvraag liet een enorme rijkheid aan opgaven zien. Daarbij gaat het niet alleen over architectuur, maar ook over de waarde van het Groninger land. Dat zorgt meteen ook voor een probleem; de inzendingen zijn onvergelijkbaar. Zo moesten we kleine interventies vergelijken met grote langjarige gebiedsontwikkelingen. Voor ons een kwestie van appels en peren.
Overduidelijk was de rol van de versterkingsopgave, die enerzijds veel ellende met zich meebrengt en anderzijds de veerkracht oproept om een nieuwe Groningse taal te ontwikkelen. Ook zien we dat delen van het Groninger landschap tamelijk afgesloten zijn van hun omgeving. Een aantal projecten probeert dat landschap weer toe te voegen aan het collectieve gebruik. Bij veel inzendingen gaat het niet over pronken en over de buitenkant, maar over het versieren aan de binnenkant. Is dat iets typisch Gronings? Voor ons was het een opsteker.
Toch hebben we ook een kritische noot. We willen de bouwkolom uitdagen om meer naar de bredere context te kijken. Het Groningse landschap zit vol iconen: kerken, wierden, boerderijen. Het zijn een soort stippen in het landschap. Hoe kun je al die verschillende stippen een betekenislaag geven door ze met elkaar te verbinden? Wat we tussen de inzendingen ook misten zijn meer kartrekkers op het terrein van de transitieopgave: inzendingen zoals nutsvoorzieningen, waterstaatwerken en infrastructuur. Dat moet beter, want er komt ontzettend veel op ons af.
Tot slot: in onze nominaties hebben we geen initiatieven opgenomen die gaan over ontwerpend onderzoek of over zaken die impact hebben op beleidsontwikkeling. Die inzendingen hebben we een speciale plek gegeven in onze wildcards.
Wildcards
Naast negen genomineerde projecten heeft de jury ook twee wildcards toegekend. Hoewel de kwaliteit van het uitgevoerde werk – dat voortkomt uit voorbeeldig opdrachtgeverschap – centraal stond, willen we niet voorbijgaan aan het feit dat deze resultaten nooit bereikt hadden kunnen worden zonder gedegen (ontwerpend) onderzoek en begrip van ruimte op de schaal van het landschap. Sterker: dergelijk onderzoek is cruciaal om binnen de Groninger opgaven plek-overstijgend en gebiedsgericht te kunnen (blijven) werken. En de samenhang tussen plekken in het landschap, inclusief de systemen en structuren waarvan ze onderdeel uitmaken, te duiden. Dit werk is vaak minder zichtbaar, maar cruciaal voor een goede bouwcultuur.
De twee projecten die bij ons hoge ogen gooiden, de basis vormden voor discussies en beraadslagingen, en tot op het laatst meedongen naar de prijzen, zijn Gebiedsbiografie Eemsdelta en de manifestatie Sponsland. Projecten die overigens kwamen bovendrijven uit een grotere groep beleids- en studieprojecten, waartoe ook Kracht van het Noorden en Het Groninger Zorgakkoord behoorden.
Gebiedsbiografie Eemsdelta en Sponsland zijn voorbeeldig omdat ze elk op een eigen manier de grote uitdagingen centraal stellen waar we als samenleving voor staan: klimaatverandering, de rol van water, de afnemende biodiversiteit en de landbouwtransitie. Ook bieden ze daarvoor aanknopingspunten in de manier waarop we met deze opgaven om kunnen gaan. Waar de Gebiedsbiografie Eemsdelta in de achteruitkijkspiegel kijkt, in feite een reconstructie van het landschap maakt, en de onderliggende systemen en structuren blootlegt (waarom ziet het eruit zoals het eruit ziet), richt Sponsland zich juist op de verre toekomst. Het boek schetst vanuit het hier en nu nieuwe perspectieven en mogelijkheden om deze uitdagingen aan te gaan. Daarmee worden niet alleen ‘problemen’ in de toekomst opgelost, maar kunnen ook nieuwe landschappen ontstaan. Landschappen om naar te verlangen. Gebiedsbiografie is een meesterwerk als het gaat om observatiekracht; Sponsland viert en ademt verbeeldingskracht. In feite zijn ze complementair aan elkaar: samen kunnen ze vanuit het verleden, via het heden, lijnen trekken naar de toekomst. Niet onbelangrijk: de opdrachtgevers, waaronder de rijksbouwmeester, zorgden voor de nodige stuwkracht.
Wij wensen Groningen meer ontwerpend onderzoek toe – van buitenaf of van binnenuit geïnitieerd; om te blijven kijken, duiden en inspireren. We vragen ook de organisatie van de Bronzen Havik om bij de volgende edities blijvend aandacht te schenken aan deze vaak ondergewaardeerde maar oh zo onmisbare categorie binnen het ontwerpvak.
De genomineerden, in willekeurige volgorde
Om tot een goed oordeel te kunnen komen, hebben we de inzendingen verdeeld in categorieën: de scholenbouwopgave, collectief opdrachtgeverschap, particuliere projecten en collectieve/publieke projecten. Binnen die categorieën hebben we een selectie gemaakt.
CAMPUS EEMSDELTA IN APPINGEDAM
Een prachtig voorbeeld van hoe van de nood een deugd is gemaakt. Verschillende scholen moesten versterkt en verduurzaamd worden. Vanuit de pedagogische visie dat middelbare scholieren van verschillende niveaus niet in aparte scholen voorgesorteerd moeten worden, zijn ze onder één dak bij elkaar gebracht op een goed bereikbare plek. Iedereen is in deze school gelijk. Als herinnering aan het verleden heeft elke vleugel zijn eigen architectonische contour gekregen. Dat had wat ons betreft in het interieur wat sterker uitgewerkt kunnen worden: dit is in het grote schoolgebouw overal hetzelfde.
We vinden de Campus Eemsdelta stoer, en indrukwekkend functioneren. Daarbij is het complex wat te stoïcijns in zijn context. Wat ons betreft had het daar sterkere relaties mee aan kunnen gaan.
Deze basisschool staat op het voormalige instellingsterrein Groot Bronswijk en heeft een prachtige plattegrond. Gangen zijn niet meer sec gang, maar hebben een behoorlijke maat en bieden daardoor aanvullende onderwijsruimtes. Elk hoekje is benut en elk lokaal heeft een deur naar het park. Het park is het schoolplein en het schoolplein is het park. Er is geen hek meer. De school kan ruimtes afstoten die door andere functies ingenomen kunnen worden. Dit alles bevindt zich onder een bijzonder dak dat het geheel samenbrengt.
We vinden het een prachtig alzijdig gebouw en wensen het toe dat het in een iets biodiverser park zou staan. Dat park kan wat meer levendigheid gebruiken op de momenten dat de school dicht is. Daarnaast doet het ontwerp wat weinig met het verleden van de plek.
Patchworkhouse staat midden op het Hogeland. We waren gecharmeerd van het persoonlijke verhaal van de eigenaren, die zich, zoals veel Groningers op het platteland, verbonden voelen met de plek. De aardbevingsschade is hier opgepakt om niet terug te bouwen wat er stond, maar vanuit hun manier van leven en hun ervaring met het landschap te kiezen voor een ander concept, een andere typologie.
In plaats van één volume en een traditionele opzet van hoofdhuis en bijgebouwen is het wonen en werken ondergebracht in afzonderlijke volumes, maar wel met een sterke verwantschap in vorm en materiaal. Dat materiaal speelt een belangrijke rol, omdat bruikbare onderdelen van het oude huis zijn gebruikt in het nieuwe huis of op een andere plek. Daarmee is het project ook deels circulair. Het ontwerp is optimaal gericht op het omringende landschap, met prachtige zichtlijnen vanuit het huis op een boom, een kronkelend pad en eindeloze vergezichten. Het keert zich daarentegen van de weg af, wat weer minder goed past bij de manier waarop huizen in Groningen vaak gepositioneerd zijn.
Je kunt je afvragen wat de publieke betekenis is van dit soort kleine particuliere opgaven. Toch kunnen we de uitbreiding van de arbeiderswoning wel verbinden aan een grotere publieke opgave. De provincie Groningen staat namelijk vol met dit soort kleine woningen, die op grote schaal worden aangebouwd of getransformeerd. Een probleem daarbij is vaak dat het originele huis wordt overschaduwd door wat wordt bijgebouwd. Dit is vaak hoger, breder en groter, wat een ongelukkige en onoplosbare situatie oplevert. Het project in Garnwerd laat zien dat het ook anders kan.
We hebben hier te maken met een rijksmonument dat nog vrijwel helemaal origineel was op het moment dat de huidige bewoners – ook de architecten van de nieuwe aanbouw – het betrokken. Ze hebben met een ongelooflijk gevoel voor de schaal van het huis en het dorp, maar ook met aandacht voor historische details en de typologie van de arbeiderswoning, een uitbreiding ontworpen die het oorspronkelijke huis niet overschaduwt. Zo is deze niet breder dan het voorhuis. De aanbouw vouwt zich, ondanks de beperkte ruimte, om een boom, die daardoor een rol speelt in de beleving van de plek. Zo is een perfecte balans ontstaan tussen oud en nieuw. Een dergelijk niveau is zeldzaam, maar ook makkelijker te bereiken als je zowel opdrachtgever als architect bent.
Tuintjederij is een tijdelijk project met vier wisselwoningen aan de rand van een klein Gronings dorp. Dankzij goed opdrachtgeverschap en de inzet van de architect is het hier gelukt om echte kwaliteit in de tijdelijkheid te brengen. De woningen stralen comfort en plezier uit. Ze kijken prachtig over het landschap uit en je kunt je voorstellen dat de opeenvolgende gezinnen die hier zullen verblijven, in afwachting van de herbouw van hun woning, een goed thuis zullen vinden. Toch heeft de inrichting van het erf nog aandacht nodig. Ook zal de keuze om de woonkamers boven te plaatsen een collectieve leefvorm op het erf bemoeilijken.
Tuintjederij is tijdelijk. Het is helaas nog onduidelijk wat er hierna mee gaat gebeuren. Dat is jammer, want het project heeft de potentie om te blijven.
Een van de kernbegrippen van zorginstelling Nieuw Woelwijck is het nemen van tijd. Dat is een verademing, in een wereld waarin alles snel moet. De ontwikkeling heeft 15 jaar geduurd: een 15 jaar lange samenwerking tussen dezelfde architect en opdrachtgever. Dat vinden wij bijzonder. Het leverde zowel een duurzame transformatie van de bestaande gebouwen op als de toevoeging van nieuwe gebouwen. Hierin zien we veel liefde voor de bewoners: goed afgestelde ruimtes met een grote openheid naar het groen toe.
We zien bij Nieuw Woelwijck een soort heruitvinding van jarenzeventigarchitectuur, op de best denkbare manier. Met mooie materialen die in het ruige landschap geborgenheid oproepen. Tussen de gebouwen is veel openheid, maar juist daar zagen wij meer potentie. Er zou nog iets meer diversiteit kunnen worden aangebracht in het landschap, en de clusters kunnen met de juiste landschappelijke ingreep nog meer benadrukt worden.
Eervolle vermelding
We willen als jury niet alleen de gebouwde projecten vieren, maar hebben ook veel waardering voor een aantal onderzoeksprojecten. Het observeren van het landschap en de visionaire blik die in de plannen doorschijnt, willen we voor het voetlicht brengen. Daarom hebben we ervoor gekozen om twee eervolle vermeldingen te geven aan de eerdergenoemde wildcards: Gebiedsbiografie Eemsdelta en de manifestatie Sponsland.
Prijswinnaars
De prijswinnaars zijn projecten die het landschap, de architectuur en de geschiedenis van de provincie vieren, deze openen voor een nieuw publiek en bestendig maken voor de toekomst. Het zijn ingrepen die erfgoed slim herbestemmen, het karakter van een plek lezen én dit vertalen in ontwerp.
3DE PRIJS: SCHOOLKERK IN GARMERWOLDE
De 3de prijs gaat naar de Schoolkerk: een project dat met open vizier, bescheidenheid en lef Gronings erfgoed en een Gronings landschap openstelt voor een breed publiek. Dat gebeurt via ruimtelijke ingrepen die op het eerste gezicht niet direct opvallen.
Het kerkgebouw is opengesteld voor verschillende vormen van gebruik. De grote verrassing zit 'm in de toren, waar een haast onmogelijke dubbele trap zich omhoog en weer naar beneden wentelt, dwars tussen eeuwenoude houten balken en de klok door. De route met de witte, abstracte trap laat de historische structuur van stenen en balken zien door bezoekers er letterlijk tegenaan en doorheen te laten lopen. Bovenin geeft de toren plotseling breed uitzicht over het Groninger land.
Het gebouw dat aan de zijkant van het terrein staat, is dienstbaar aan de plek: het biedt een welkom, een kop koffie, een plek voor samenkomst en een uitzicht over het kerkhof en verder, naar de weidsheid van het landschap.
2DE PRIJS: HOUTSTEK IN SLOCHTEREN
De tweede prijs gaat naar een project waarbij de jury erg onder de indruk is van de toewijding van opdrachtgever en architect. Hier staat een dorpsgemeenschap die met oog voor de geschiedenis een gemeenschappelijke toekomst ziet voor verschillende functies. Het project geeft als locatie van samenkomst nieuwe energie, waarbij gebruik is gemaakt van een collectieve herinnering aan een actieve plek in het dorp.
'Dit is van ons!', zei de initiatiefnemer. Bijzonder genoeg was niet de pracht en praal van de borg het startpunt voor het nieuwe dorpshuis, maar het eenvoudige, pragmatische van een voormalige houthandel. Het leverde een nieuwe ontmoetingsplek op, die zowel binnen als buiten ruimte biedt. De ontwerpers maken voor het nieuwe dorpshuis van Slochteren slim gebruik van de herinnering aan de houthandel naast de haven, door het dorpshuis in hout uit te voeren en, haast als toegift, de oude constructie van de houthandel opnieuw te gebruiken voor het maken van een luifel.
De intensieve samenwerking tussen opdrachtgevers en architect resulteert in een prachtig houten gebouw. Tussen de verschillende ruimtes in het gebouw zijn zichtlijnen gemaakt, ook naar buiten, richting het dorp en de haven. Een bijzondere aanwinst is het overdekte plein voor bijvoorbeeld een markt of andere activiteiten. Als jury zien we ook kansen om dit nieuwe dorpshuis te verbinden met de haven en de naastgelegen boerderij, een toekomstig informatiecentrum van Staatsbosbeheer.
1STE PRIJS: OP MAARHUIZEN - ENNE JANS HEERD IN WINSUM
Als we spreken over het openstellen van het Groninger landschap en de Groninger architectuur, kunnen we niet om dit project heen. Net als de andere twee prijswinnende projecten is het op het eerste gezicht heel bescheiden. Je ziet het niet meteen, en toch is hier veel gebeurd, op verschillende schaalniveaus: van slimme nieuwe verbindingen in het landschap tot de poeren en kolommen van de schuur.
Op de wierde Maarhuizen is een coalitie van verschillende partijen gesmeed die samen de ambitie hadden om de oude wierde op te knappen, toegankelijk te maken en open te stellen voor een divers en cultureel gebruik. Daarbij werd subtiel ingegrepen in het landschap: er is een bruggetje om het Pieterpad te verleggen, het voorhuis is duurzaam gerestaureerd en een van de stallen is tot zaal getransformeerd. Aan dit laatste kwam een knap staaltje ingenieurskunst te pas: om een dikke laag isolatie op het dak te kunnen aanbrengen, zonder de contouren en hoogte van het dak te veranderen, werden de houten kolommen ingekort. Met het verdiepen en verhogen van de vloer om de voorheen schuin lopende stalvloer geschikt te maken als zaal, en het maken van een breed raam, sta je als bezoeker in verbinding met het Groninger landschap.
Dit is een voorbeeld van een project met een hoog ambitieniveau, waarbij door meerdere zeer betrokken partijen met lange adem en met de openheid om tijdens het proces verschillende opties te onderzoeken en bij te sturen, echt ruimtelijke kwaliteit is gerealiseerd. Dat is gebeurd door bestaande kwaliteiten te herkennen en te versterken, en door op bescheiden maar toch gedurfde wijze nieuwe ingrepen te doen. Zo is deze plek toegankelijk en toekomstbestendig gemaakt, en kan de wierde gevierd worden.
Vakjury Bronzen Havik 2024
Jef Mühren, directeur Mooi Noord-Holland
Jessica Hammerlund, stadsbouwmeester Enschede
Klaske Havik, hoogleraar Methoden van Analyse en Verbeelding (Faculteit Bouwkunde), TU Delft
Catherine Visser, architect en medeoprichter DaF Architecten
Mendel Robbers, creatief directeur Schipper Bosch
Marc Nolden, zelfstandig landschapsarchitect
Wijnand Galema, architectuurhistoricus